Artists statement
Mijn moeder als nulpunt. Bloed in haar kop. De taal brak en dagelijks raapte ik de stukjes op. We legden puzzels en begrepen elkaar. Bloed in mijn kop. CTRL+ ALT+ DEL. De maatschappij stelt u voor het blok. Of je doet wat van een gehandicapte wordt verwacht: in de zetel zitten en wachten, óf je gaat kritisch denken. Kanker in mijn vader zijn lijf. Mijn leven on hold. Mantelzorg voor twee zwaar gehandicapten, 24/7, volgde. De maatschappij stelt u zelfs niet meer voor het blok. De maatschappij laat u vallen. Je trekt uzelf bij uw nekvel overeind en wéét dat je de kunstwereld iets te bieden hebt.
Ik gebruik woorden, dagboeken, video, tekeningen, installaties, foto’s en schilderijen; eenvoudig maar geladen, tussen spreken en zwijgen en met één grote constante: taal en denken als verbindende factor.
De werken hebben geen titel, ook niet “geen titel”. Het is geen gimmick, maar een weloverwogen keuze. De link woord-beeld is iets dat mij al jaar en dag bezig houdt en waar ik blijvend over nadenk.
En nu komt de vraag: hoeveel gehandicapte kunstenaars ken je? Ik heb het niet over outsider art, want dat is blijkbaar geen art, dat staat ergens buiten. Nee, echt, hoeveel? De politiek maakt het hen onmogelijk. All animals are equal, maar gehandicapten zijn de pissebedden die zelfs geen statuut krijgen, die geen rotte frank mogen verdienen. Hoeveel gehandicapte kunstenaars in de galerie? Hoeveel op een tentoonstelling? Aandacht: nihil. Iedereen is gelijk, roept de maatschappij terwijl ze hen in de aars neukt tot ze niet meer kunnen stappen. De kunstwereld is niets anders dan een afspiegeling daarvan. Over wat wel en niet kon, wil ik geen exposé afsteken, maar als je zelfs geen zelfstandig kunstenaar màg worden omdat je anders in de problemen komt met belastingen, uitkeringen, pensioenen, terwijl wie geen handicap heeft, zelfs slechte kunst mag maken, begin maar een CV bijeen te sparen.
Mijn waarde ligt echter niet in een ellenlang CV maar in mijn denken. Een denken over kunst, maatschappij en taal.